navelstreng knippen in bad

 

 

 

 

Natuurlijk bevallen
Tot in de 17e eeuw verliep een bevalling op de natuurlijke manier totdat Lodewijk XIV van Frankrijk zijn minnaressen beval tijdens de weeën te gaan liggen, zodat hij getuige kon zijn van de geboorte van zijn kinderen. Hoewel bevallen in die houding moeilijk en pijnlijk is, werd het een grote rage. Franse artsen ontwikkelden daarop de forceps (de tang) om een aantal van de problemen op te lossen, die zich bij liggend bevallen voordeden. Al gauw werden er zo veel instrumenten geïntroduceerd, dat men de bevalling ging zien als een noodsituatie waarbij, voor een goede afloop, medisch ingrijpen noodzakelijk was. Eén van de pioniers van natuurlijke bevallen was de Engelse arts Grantly Dick-Read (1890-1959). Hij assisteerde bij een bevalling waarbij de barende vrouw chloroform weigerde. Toen hij later naar de reden vroeg, antwoordde zij: 'het deed geen pijn. Dat was toch ook niet de bedoeling?' Langzamerhand raakte Dokter Dick-Read ervan overtuigd, dat vrouwen die vertrouwden op het natuurlijke proces van een bevalling, vaak een relatief pijnloze ervaring hadden. Hij ontwikkelde ontspanningstechnieken die de vrouwen hielpen hun angst te overwinnen.
De Franse verloskundige Michel Odent (1930) ging nog een stap verder. Hij moedigde vrouwen aan te geloven, dat ze zelf experts konden zijn, als ze maar op hun instincten vertrouwden. Hij gaf zijn patiënten de vrijheid om tijdens de bevalling te doen wat ze wilden. Men kon bijvoorbeeld ook in een warm bad gaan zitten om pijnlijke weeën op te vangen. Zo werd het idee van onderwaterbevallen in het westen geïntroduceerd. Een andere ontwikkeling is de methode van dokter Frederick Leboyer (1918), die de geboorte bekeek vanuit het gezichtspunt van de baby. Een baby moet niet ter wereld komen te midden van fel licht en luide stemmen, waarna men hem ondersteboven houdt en slaat. Een baby moest zo rustig mogelijk geboren worden.

Leboyer F., 1975

De Franse dokter Frederik Leboyer deed de wereld van de verloskunde op zijn grondvesten schudden. Hij werkte eerst vele jaren volgens de gewone methode, waarbij gebruik werd gemaakt van veel apparatuur (technische bevalling). Maar na al die jaren raakte hij plotseling onder de indruk van een stukje film waarop hij het complexe gedrag zag van een pasgeboren baby. Er ging een nieuwe wereld voor hem open. Het werd Leboyer duidelijk dat het niet voldoende is dat de baby ademt, een goed cijfer behaalt als hij voor het eerst wordt onderzocht (Apgar-score) en de theoretische gewichtscurve benadert. Leboyer besefte ineens dat alles wat een baby meemaakt onherroepelijk geregistreerd wordt en dat het volwassen gedrag ten dele al geprogrammeerd wordt bij de geboorte. Intussen zijn er vanuit verschillende onderzoeksrichtingen meer argumenten op tafel gekomen die deze gedachte ondersteunen. Vrouwen die volgens de 'Leboyer methode' bevallen worden niet speciaal voorbereid.

Volgens Leboyer horen hierbij de volgende maatregelen:

Het pasgeboren kind zou bij de moeder op de buik gelegd moeten worden, om de warmte te voelen en de harttonen van de moeder te horen. Zo zou de baby van de inspanningen van de geboorte bijkomen. De navelstreng wordt niet meteen na de geboorte doorgeknipt: hierdoor zou het kind zich makkelijker kunnen instellen op de zelfstandige ademhaling. Kind en moeder worden tijd gegund zich eerst even te leren kennen. Pas daarna wordt het pasgeboren kind in een warm bad gewassen en dan voor het eerst aan de borst gelegd. Met het kind moet zacht omgegaan worden, mits er geen bijzondere medische maatregelen nodig zijn.cDe verloskamer zou bijzonder warm en het licht gedempt zijn, waardoor het kind aan de overgang kan wennen.

Leboyer stelt dat de baby's dan veel minder huilen en schreeuwen, omdat ze zich niet angstig voelen.

Bij de geboorte verandert de hele wereld van het kind. De overgang van de ene wereld, in de buik, naar de andere, de buitenwereld, laat Leboyer zo geleidelijk mogelijk gebeuren. Geluiden en licht worden gedempt. Dus geen felle lampen op oogjes die nooit het daglicht zagen. Hij gaat er vanuit dat de geboorte een traumatische ervaring kan zijn. Daarom plaatst hij de baby in een badje en daarmee in de vertrouwde warme waterige omgeving die herinnert aan het vruchtwater van de baarmoeder. En prompt verschijnt er een zalige glimlach op het gezicht van de pasgeboren baby. Dan wordt de baby voorzichtig uit het water gehaald en steeds opnieuw terug in het warme badwater gehouden tot hij niet meer paniekerig reageert, m.a.w. totdat hij, of zij de geboorte aanvaard heeft. Wat Leboyer doet is eigenlijk niets nieuws. Bij een thuisbevalling is vaak dezelfde situatie aanwezig.

In plaats van alle bevallingen in het ziekenhuis te laten plaatsvinden, moet verloskundige zorg worden verbeterd (Trouw 2011)

Het grootste structurele probleem binnen de Nederlandse verloskunde is een gebrek aan ondersteuning voor de natuurlijke kracht van vrouwen. Al decennialang wordt de zorg van verloskundigen uitgehold ten gunste van meer technische controle en efficiency.

De verloskundige van weleer, die vrouwen met raad en daad bijstond in het natuurlijke proces van bevallen, is verworden tot een soort hbo-gynaecoloog die vooral in beslag wordt genomen door het selecteren van risicogevallen en zich van bevalling naar bevalling spoedt om de meterstanden op te nemen.

Dat dit een wissel trekt op bevallingen die onder leiding van een verloskundige plaatsvinden, kan dan ook nauwelijks verbazen. Hoe kunnen vrouwen veilig en ongecompliceerd bevallen als niemand aan ze vertelt hoe zij dat het beste kunnen doen? Veel vrouwen gaan, bij gebrek aan positieve ondersteuning, in eenzaamheid, onwetendheid en onzekerheid ploeterend ten onder. Uit cijfers blijkt dat van alle vrouwen die hun eerste bevalling thuis beginnen, 50 procent halverwege met complicaties naar het ziekenhuis wordt afgevoerd. Maar we geloven toch niet echt dat de helft van de vrouwen problemen heeft met bevallen? Wij lijden heus niet ineens massaal aan voorliggende placenta’s, luie baarmoeders of te smalle bekkens. Nee, dit getal is een signaal dat de zorg aan de basis tekortschiet. Dat verloskundigen niet meer in staat worden gesteld vrouwen goed te helpen en hen uit angst voor claims steeds sneller doorverwijzen naar een specialist. Terwijl ’complicaties’ vaak normale probleempjes zijn die met extra support of een simpel advies kunnen worden verholpen. Vanuit de overtuiging dat problemen bij bevallingen het meest gebaat zijn bij technische interventie, worden vrouwen overgedragen aan het ziekenhuis. Verplaatsing en overdracht compliceren hun situatie.

Het is dan ook niet vreemd dat recent onderzoek van het UMC Utrecht aantoont dat direct bij een gynaecoloog bevallen veiliger is. Want natuurlijk bevallen wordt gevaarlijker naarmate vrouwen daar minder ondersteuning voor krijgen. In een verloskundig systeem dat louter uit gynaecologen bestaat en dat zich uitsluitend richt op technische controle is een technisch bewaakte bevalling waarschijnlijk ook het veiligste. Dat is een self-fulfilling prophecy.

Daarbij kleven er nadelen aan een al te technische en op risico’s gerichte aanpak. Intensieve controle belet een vrouw haar natuurlijke kracht goed te gebruiken, wat een normale bevalling compliceert. En elke vorm van technisch ingrijpen brengt weer nieuwe risico’s met zich mee. Het is een harde, agressieve manier om veiligheid te bereiken, die bovendien veel geld kost. In dit model bereikt men marginale vooruitgang tegen een hoge prijs.

Doeltreffender, effectiever, positiever en goedkoper is het om het probleem bij de wortel aan te pakken en de basale steun aan vrouwen bij hun bevalling te verbeteren. Uit onderzoek bleek al dat de aanwezigheid van een simpele bevallingscoach in de Verenigde Staten het totaal aantal keizersneden met ongeveer 45 procent terugbrengt en het aantal tangverlossingen met 34 procent. Ook wordt de bevallingsduur met 25 procent bekort. Dat zijn spectaculaire cijfers die laten zien dat veilig bevallen beter bereikt kan worden door te investeren in betere ondersteuning van de natuurlijke kracht van vrouwen zelf dan in nog meer controle en techniek.