Justine Gouem

Het was zaterdag avond 11 oktober 2003, ik had net de laatste hand gelegd aan de schilderijrails aan de muur en liep de kamer bewonderend binnen, trots op wat ik toch nog allemaal in betrekkelijk korte tijd aan klussen had afgekregen. Ik dacht aan het kindje in mijn buik en vroeg mij af wat het zou zijn een jongen of een meisje, waarop het in mijn hoofd antwoordde dat dàt nog even een verrassing bleef maar dat het met het klussen mooi genoeg was geweest… Die avond ging ik naar bed, ik sliep met mijn enorme buik alleen in de twijfelaar van één twintig breed. Mijn man was met het groeien van mijn buik uitgeweken naar het logeer bed op de vide. Om tien over twee, zondag ochtend de twaalfde, werd ik wakker van warm water wat ik uit mijn buik voelde weg stromen in mijn bed. Met een luid “Oh jee, Karim, het is begonnen…!” en “Je bent te vroeg”, riep ik vervolgens mijn man om hem te waarschuwen dat de bevalling was begonnen. Ik stond naast het bed met een handdoek onder me om het vruchtwater op te vangen en vond het een heel bizarre ervaring. Het ging nu beginnen, de vliezen waren gebroken dus we zouden binnen vierentwintig uur een kindje krijgen! Samen haalde we het bed af en maakte het op nieuw op zodat het klaar was mocht ik uiteindelijk toch in bed willen bevallen. Maar ja het bad was er nog niet, dat lag nog achter in de auto die bij mijn moeder in de straat stond. Het bad dat we kort daarvoor uit Amsterdam hadden opgehaald en waar ik persé in wilde gaan bevallen. Mijn man heeft nog geen rijbewijs dus hij durfde het niet aan de auto te gaan halen, mijn moeder na kort overleg eveneens niet…Wat nu? Hamado een vriend van Karim zou gebeld worden om te zien of hij het samen met Karim het bad nog naar ons huisje kon vervoeren. Dit gebeurde, even over half drie waren daar Hamado en zijn vrouw Fati. Fati bleef bij mij terwijl de mannen de auto plus bad gingen ophalen. Ik zette ondertussen thee voor Fati en mijzelf en begon de kamer schoon te vegen en de meubels te herschikken want er moest ruimte komen voor het bad. Even later brachten Karim en Hamado alle onderdelen naar binnen en vertrokken weer om de auto terug te brengen waarop Fati en ik het bad in elkaar gingen zetten. De weeën waren vrij kort na het breken van de vliezen al begonnen en werden steeds krachtiger maar ik zou en moest het bad klaar hebben staan alvorens Karim en Hamado terug waren. Het bad stond, alleen het nieuwe zeil moest er nog over heen getrokken worden, de rest hadden Fati en ik samen al gedaan. Onze vrienden gingen naar huis en Karim liet op mijn verzoek het bad vollopen. De weeën werden zo sterk dat ik verschillende houdingen uit ging proberen om te voelen wat prettig was. Ook had Karim een tuinstoel voor mij klaar gezet in de douche zodat ik daar onder een warme straal kon gaan zitten. Maar het hangen aan de openstaande kamer deur bleek favoriet, het hielp mij het beste totdat ik te misselijk werd en verder op de w.c. vertoefde. Het was braken en direct erna een wee en zo voort. De weeën gingen zich steeds korter op elkaar aandienen en voor de tweede maal werd de vroedvrouw gebeld. Een eerder telefoontje van mijzelf aan haar resulteerde in een coaching over de telefoon want ik wist vrijwel niets meer van alles wat ik over het bevallen had gelezen. Bij het tweede telefonisch contact vroeg de verloskundige aan Karim of ik nog aanspreekbaar was waarop ik ontkennend mijn hoofd schudde. Ik mocht eindelijk het bad in en het water was een verademing. Alhoewel de weeën hevig waren en ook in kracht toenamen vond ik het water koesterend en maakte het de tijdloosheid en het wachten op wat komen ging een stuk dragelijker. We hadden de lampen in de kamer gedimd, de kachel hoog, waardoor het een hele prettige koesterende ruimte werd. Vooral de tussen poses, het rust moment in het water waren zeer prettig. Met de komst van de verloskundige leek het erop dat de bevalling zeer vergevorderd te zijn. Zo berichtte ze me dat ik al acht centimeter ontsluiting had en dat wanneer ik persdrang voelde ik best mocht gaan persen. Op de vraag of ik al aandrang voelde antwoordde ik ontkennend. Bij een tweede latere touchering bleek helaas dat ze zich vergist had en verontschuldigend zich. Ze vertelde me dat het pas vijf centimeter was maar doordat de vagina al zo verweekt aanvoelde was ze op het verkeerde been gezet. Het was een teleurstelling: nog vijf centimeter te gaan. Tussen de ontsluitingsweeën door liet ik mij in het water drijven. De oren onder water, het gezicht er net boven, ontspannen en weg van de conversatie die af en toe plaatsvond tussen vroedvrouw en kraamverpleegster. De zucht oefeningen de haptonomie; ik probeerde er aan te denken maar uiteindelijk maakte ik flink wat geluid en nam mij zelf waar alsof ik me met het geluid kon oriënteren waar ik ongeveer in het proces zat. Op aanraden van de verloskundige ben ik op een gegeven moment in plaats van te kreunen gaan puffen, wat ook niet geheel geluidloos ging. De baarkruk dreef de gehele tijd al in het water maar op het moment dat ik mocht gaan persen was ik ook dat vergeten, waardoor ik in een voor mij onhandige houding lag te zwoegen terwijl we met haptonomie al hadden gemerkt dat ik zittend beter richting kon geven aan het proces. Mijn moeder was intussen ook gearriveerd en coachte me vanaf de rand van het bad op haar manier, onder strenge aanwijzingen als “kin tegen de borst”en “maak je rond” probeerde ik gehoor te geven aan haar. Het voelde voor mij niet natuurlijk aan, liever wilde ik mijn hoofd naar achteren buigen in mijn nek en op die manier persen maar dat werd me afgeraden. Zodra de verloskundige zei dat ze het te lang vond gaan duren en me toch liever buiten het bad op de baarkruk wilde hebben, stribbelde ik tegen en zei dat ik in het bad op de kruk kon gaan persen. Zo gezegd zo gedaan en het bleek een goede beslissing. Hoewel ik lang heb moeten persen in totaal ruim twee uur, schoot het aanzienlijk sneller op. Als een cowboy trok ik aan de rand van de baarkruk als of ik een zadel vast had van een bokkende hengst. Ook de baarkruk steigerde door de kracht van de persweeën en ik vroeg me aldoor af of het hoofdje al te zien was, waar bleef het toch! De kraamverpleegster en de verloskundige controleerden en monitoorde het proces nauwkeurig. Het hartje klonk goed en op een gegeven moment kon ik het hoofdje zelf voelen, een bizarre haast surrealistische ervaring; er kwam een mensje uit mij! Op dat moment gaf ik met een zwaai de baarkruk aan de verloskundige om het laatste stukje liggend te doen en er niets tussen te laten komen. Op het moment dat het hoofdje zover was dat het bijna geboren werd voelde ik het lijfje heel onrustig bewegen in het bekken. Het was niet content daar in de nauwe uitgang. Ik besloot er vaart achter te zetten dus zonder persweeën heb ik het er het laatste stukje op eigen kracht uitgeperst. Het eerste wat ik zei toen het geboren werd was: “Het is er uit!” Ik was gewoon verbaasd. Het kleine mensje werd op mijn borst gelegd en de verloskundige begon het direct met een pipet uit te zuigen. Het had toch wat meconium in de neus en longen gekregen. Mijn man vertelde mij later dat de verloskundige met de geboorte gezegd scheen te hebben dat het kindje slap was, waarop mijn man bang was geworden omdat dit over het algemeen geen goed teken zou zijn. Maar na het uitzuigen begon het gelukkig rustig adem te halen. Het was een jongetje! Idrissa noemen we hem naar de oom van Karim.